Cycling through Amsterdam: Navigating the Bustling Canals

Fluent Fiction – Dutch
www.FluentFiction.org/Dutch
Story Transcript:
Nl: Daan zit op zijn fiets.
En: Daan is on his bike.

Nl: Amsterdam ligt voor hem.
En: Amsterdam lies ahead of him.

Nl: De stad zoemt.
En: The city buzzes.

Nl: De straatjes zijn smal.
En: The streets are narrow.

Nl: Hij is nerveus.
En: He is nervous.

Nl: Daan houdt van zijn stad, Amsterdam.
En: Daan loves his city, Amsterdam.

Nl: De grachten zijn zoals linten.
En: The canals are like ribbons.

Nl: Ze liggen rond de stad.
En: They encircle the city.

Nl: De huizen zijn oud en sierlijk.
En: The houses are old and elegant.

Nl: Ze staan langs de grachten.
En: They line the canals.

Nl: Maar vandaag is de stad druk.
En: But today the city is crowded.

Nl: Toeristen zijn overal.
En: Tourists are everywhere.

Nl: Ze veroorzaken drukte.
En: They cause hustle and bustle.

Nl: Ze maken het moeilijk voor Daan om te fietsen.
En: They make it difficult for Daan to cycle.

Nl: Daan stapt op zijn fiets.
En: Daan hops on his bike.

Nl: Zijn hoofd is hoog.
En: His head is held high.

Nl: Zijn handen zijn strak om het stuur.
En: His hands grip the handlebars tightly.

Nl: De straatjes zijn smal.
En: The streets are narrow.

Nl: Hij zoemt langs de coffeeshops.
En: He zooms past the coffeeshops.

Nl: Hij ruikt de verse haring van de viskraam.
En: He smells the fresh herring from the fish stand.

Nl: Hij hoort de klokken van de Westertoren.
En: He hears the bells of the Westertoren.

Nl: Toeristen blokkeren de weg.
En: Tourists block the way.

Nl: Ze bewonderen de huizen en de grachten.
En: They admire the houses and canals.

Nl: Ze nemen foto’s.
En: They take photos.

Nl: Ze kijken niet uit voor Daan.
En: They do not watch out for Daan.

Nl: Daan moet plotseling stoppen.
En: Daan has to suddenly stop.

Nl: Hij moet hard remmen.
En: He has to brake hard.

Nl: Zo vermijdt hij een toerist.
En: This way he avoids a tourist.

Nl: De persoon kijkt verbaasd.
En: The person looks surprised.

Nl: Daan zucht, maar hij blijft kalm.
En: Daan sighs, but he remains calm.

Nl: Hij fietst verder tussen de mensen.
En: He cycles further among the people.

Nl: Hij toetert zacht.
En: He honks softly.

Nl: “Pardon!
En: “Excuse me!”

Nl: ” roept hij.
En: he calls out.

Nl: De mensen kijken om.
En: The people look around.

Nl: Ze stappen opzij.
En: They step aside.

Nl: Daan lacht.
En: Daan smiles.

Nl: Hij bedankt hen.
En: He thanks them.

Nl: Hij moet de toeristen wel vaak vermijden.
En: He has to avoid the tourists often.

Nl: Maar hij is niet boos.
En: But he is not angry.

Nl: Hij begrijpt het.
En: He understands.

Nl: De stad is mooi.
En: The city is beautiful.

Nl: Iedereen wil er naar kijken.
En: Everyone wants to look at it.

Nl: Daan komt eindelijk thuis.
En: Daan finally arrives home.

Nl: Zijn huis is klein maar gezellig.
En: His house is small but cozy.

Nl: Het staat aan een gracht.
En: It is located by a canal.

Nl: Er staan bloemen voor het raam.
En: There are flowers in the window.

Nl: Daan zet zijn fiets neer.
En: Daan parks his bike.

Nl: Hij is blij dat hij eindelijk veilig is.
En: He is happy to be finally safe.

Nl: Hij kijkt uit het raam.
En: He looks out the window.

Nl: Hij kijkt naar de mensen op straat.
En: He watches the people on the street.

Nl: Hij glimlacht.
En: He smiles.

Nl: Maar hij is ook opgelucht.
En: But he is also relieved.

Nl: Dat is het lot van fietsen in Amsterdam.
En: That’s the fate of cycling in Amsterdam.

Nl: Het kan druk zijn.
En: It can be crowded.

Nl: Het kan moeilijk zijn.
En: It can be difficult.

Nl: Maar het is zijn thuis.
En: But it is his home.

Nl: Het is zijn stad.
En: It is his city.

Nl: En hij houdt ervan.
En: And he loves it.

Vocabulary Words:
fiets : bike
Amsterdam : Amsterdam
stad : city
nerveus : nervous
grachten : canals
huizen : houses
druk : crowded
toeristen : tourists
fietsen : cycle
straatjes : streets
ruikt : smells
haring : fresh
viskraam : fish stand
klokken : bells
blokkeren : block
stoppen : stop
remmen : brake
drukte : hustle
drukte : bustle
stapt : hop
bewonderen : admire
foto’s : photos
uitkijken : watch out
botsing : bump
dank : thank
begrijpt : understands
mooi : beautiful
veilig : safe
klein : small
gezellig : cozy