Lost Bikes in the Venice of the North

Fluent Fiction – Dutch
www.FluentFiction.org/Dutch
Story Transcript:
Nl: Het was een zonnige zomerdag in Amsterdam.
En: It was a sunny summer day in Amsterdam.

Nl: Marit en Daan gingen op pad.
En: Marit and Daan set out.

Nl: Ze namen hun fietsen.
En: They took their bikes.

Nl: Ze lachten, praten en genoten van het weer.
En: They laughed, talked, and enjoyed the weather.

Nl: Maar ze vergaten waar ze hun fietsen hadden geparkeerd!
En: But they forgot where they had parked their bikes!

Nl: Na de lunch in een bruin café aan de grachten, liepen Marit en Daan naar de plek waar ze dachten dat hun fietsen stonden.
En: After lunch in a brown café by the canals, Marit and Daan walked to where they thought their bikes were.

Nl: Ze keken rond.
En: They looked around.

Nl: Maar daar waren hun fietsen niet!
En: But their bikes weren’t there!

Nl: Ze probeerden het zich te herinneren.
En: They tried to remember.

Nl: Maar overal stonden fietsen!
En: But bikes were everywhere!

Nl: In Amsterdam, zijn er duizenden fietsen en ze leken allemaal hetzelfde.
En: In Amsterdam, there are thousands of bikes and they all seemed the same.

Nl: Ze zochten en zochten.
En: They searched and searched.

Nl: Door straten, langs grachten, bij parken.
En: Through streets, along canals, in parks.

Nl: Ze zochten bij de beroemde musea.
En: They searched near the famous museums.

Nl: Ze zochten bij de bloemenmarkt.
En: They searched near the flower market.

Nl: Maar hun fietsen waren nergens te vinden.
En: But their bikes were nowhere to be found.

Nl: “Hoe kan dit gebeuren in onze eigen stad?
En: “How can this happen in our own city?”

Nl: ” vroeg Marit, haar handen in haar zakken gestopt uit frustratie.
En: Marit asked, frustration evident as she put her hands in her pockets.

Nl: Maar Daan lachte alleen maar, en zei: “Dat is het plezier van wonen in Amsterdam.
En: But Daan just laughed and said, “That’s the fun of living in Amsterdam.

Nl: Het is altijd een avontuur!
En: It’s always an adventure!”

Nl: “Marit en Daan moesten naar huis.
En: Marit and Daan had to go home.

Nl: Maar zonder hun fietsen?
En: But without their bikes?

Nl: Dat was een probleem.
En: That was a problem.

Nl: Ze dachten lang na.
En: They thought for a long time.

Nl: En toen kreeg Daan een idee!
En: And then Daan had an idea!

Nl: “We kunnen misschien de tram nemen!
En: “Maybe we can take the tram!”

Nl: ” zei Daan.
En: Daan suggested.

Nl: Marit knikte.
En: Marit nodded.

Nl: Het leek een goede oplossing.
En: It seemed like a good solution.

Nl: Dus stapten ze op de tram en gingen naar huis.
En: So they got on the tram and went home.

Nl: Maar die nacht, konden ze niet stoppen met denken over hun fietsen.
En: But that night, they couldn’t stop thinking about their bikes.

Nl: De volgende ochtend, vroeg, ging Daan naar de bakker.
En: The next morning, early, Daan went to the bakery.

Nl: Toen hij terug liep, zag hij de fietsen bij de broodjeszaak parkeren.
En: On his way back, he saw the bikes parked by the sandwich shop.

Nl: Hij herkende ze aan de gekleurde linten die Marit aan de handvaten had gebonden!
En: He recognized them by the colored ribbons that Marit had tied to the handles!

Nl: Hij lachte en rende terug naar Marit.
En: He laughed and ran back to Marit.

Nl: Marit en Daan haalden hun fietsen op.
En: Marit and Daan retrieved their bikes.

Nl: Ze waren blij.
En: They were happy.

Nl: En ze hebben ook geleerd.
En: And they also learned.

Nl: Nu denken ze altijd aan waar ze hun fietsen parkeren.
En: Now they always think about where they park their bikes.

Nl: En zo eindigt ons verhaal.
En: And so our story ends.

Nl: Marit en Daan hebben hun fietsen terug.
En: Marit and Daan got their bikes back.

Nl: En in Amsterdam, is dat altijd een goed einde.
En: And in Amsterdam, that’s always a good ending.

Vocabulary Words:
fietsen : bikes
Amsterdam : Amsterdam
Marit : Marit
Daan : Daan
zonnige : sunny
zomer : summer
dag : day
lachten : laughed
spraken : talked
genoten : enjoyed
weer : weather
vergaten : forgot
geparkeerd : parked
lunch : lunch
grachten : canals
liepen : walked
zochten : searched
musea : museums
bloemenmarkt : flower market
gebeuren : happened
frustratie : frustration
zakken : pockets
tram : tram
knikte : nodded
goede : good
oplossing : solution
blij : happy
geleerd : learned
bakker : bakery
broodjeszaak : sandwich shop