Lost in Jordaan: A Heartwarming Tale of Piet and the Ice Cream Girl

Fluent Fiction – Dutch
www.FluentFiction.org/Dutch
Story Transcript:
Nl: In de drukke stad Amsterdam woonde een man genaamd Piet.
En: In the busy city of Amsterdam lived a man named Piet.

Nl: Piet was een flinke meneer met een groot hart voor fietsen.
En: Piet was a sturdy man with a great love for bicycles.

Nl: Hij hield van fietsen zoals kinderen van ijsjes houden.
En: He loved cycling like children love ice cream.

Nl: Een probleem was er wel: Piet raakte altijd snel de weg kwijt.
En: But there was a problem: Piet always quickly got lost.

Nl: Op een zonnige middag besloot Piet naar de markt te gaan.
En: One sunny afternoon, Piet decided to go to the market.

Nl: Hij stapte op zijn fiets en zette zijn pet op tegen de zon.
En: He got on his bike and put on his cap to shield himself from the sun.

Nl: Langs de grachten, de bruggen, de mensen en de duiven ging hij.
En: Along the canals, the bridges, the people, and the pigeons he went.

Nl: Maar toen kwam Piet op een plek met heel veel kleine straatjes.
En: But then Piet arrived at a place with lots of small streets.

Nl: Oh jee, Piet was in de Jordaan aangekomen!
En: Oh no, Piet had reached the Jordaan!

Nl: Het leek wel een doolhof van smalle straatjes.
En: It was like a maze of narrow streets.

Nl: Alle straten leken op elkaar.
En: All the streets looked the same.

Nl: Piet fietste de ene straat in, dan weer de andere.
En: Piet cycled down one street, then another.

Nl: Hij ging naar links, ging naar rechts, en nog eens rechts.
En: He turned left, turned right, and then right again.

Nl: Piet was verdwaald.
En: Piet was lost.

Nl: Piet stopte en keek om zich heen.
En: Piet stopped and looked around.

Nl: Hij riep: “Help, ik ben de weg kwijt!
En: He cried out, “Help, I’m lost!”

Nl: ” Mensen liepen voorbij, maar niemand stopte.
En: People walked by, but no one stopped.

Nl: Iedereen was druk.
En: Everyone was busy.

Nl: Druk met winkelen, met praten, met lopen.
En: Busy with shopping, talking, walking.

Nl: Niemand leek Piet te horen.
En: No one seemed to hear Piet.

Nl: Piet kon bijna gaan huilen.
En: Piet was on the verge of tears.

Nl: Hoe kwam hij nu bij de markt?
En: How would he get to the market now?

Nl: En hoe kwam hij straks weer thuis?
En: And how would he find his way back home later?

Nl: Piet wist het niet.
En: Piet didn’t know.

Nl: Toen zag Piet een klein meisje.
En: Then Piet saw a little girl.

Nl: Ze had een ijsje in haar hand.
En: She had an ice cream in her hand.

Nl: “Wat is er, meneer?
En: “What’s wrong, sir?”

Nl: ” vroeg het meisje.
En: the girl asked.

Nl: Piet vertelde het meisje dat hij de weg kwijt was.
En: Piet told the girl he was lost.

Nl: Dat hij naar de markt wilde, maar niet wist hoe.
En: That he wanted to go to the market but didn’t know how.

Nl: Het meisje lachte.
En: The girl laughed.

Nl: “Ik weet de weg wel, meneer.
En: “I know the way, sir.

Nl: Ik kom hier elke dag.
En: I come here every day.

Nl: Ik zal u helpen.
En: I will help you.”

Nl: ” Dus het meisje wees Piet de weg naar de markt.
En: So the girl showed Piet the way to the market.

Nl: Ze vertelde Piet ook hoe hij thuis moest komen.
En: She also told Piet how to get back home.

Nl: Piet was zo blij dat hij bijna moest huilen.
En: Piet was so happy he almost cried.

Nl: “Bedankt meisje,” zei Piet.
En: “Thank you, girl,” Piet said.

Nl: Hij gaf het meisje een zak centen om nog een ijsje te kopen.
En: He gave the girl a bag of coins to buy another ice cream.

Nl: Het meisje lachte naar Piet en liep weg met haar ijsje.
En: The girl smiled at Piet and walked away with her ice cream.

Nl: Piet besteedde de rest van zijn dag op de markt en had veel plezier.
En: Piet spent the rest of his day at the market and had a lot of fun.

Nl: Hij kocht mooie bloemen en lekker fruit.
En: He bought beautiful flowers and tasty fruits.

Nl: En toen Piet weer naar huis fietste, wist hij precies de weg.
En: And when Piet cycled back home, he knew the way exactly.

Nl: Het was alsof hij de straten al jaren kende.
En: It was as if he had known the streets for years.

Nl: Vanaf toen ging Piet elke week naar de markt.
En: From then on, Piet went to the market every week.

Nl: En elke keer zag hij het kleine meisje met haar ijsje.
En: And every time he saw the little girl with her ice cream.

Nl: Ze zwaaiden naar elkaar en ze lachten.
En: They waved to each other and they laughed.

Nl: Piet werd nooit meer bang om de weg kwijt te raken.
En: Piet was never afraid of getting lost again.

Nl: Want hij wist nu: er is altijd wel iemand die helpt.
En: Because he now knew: there is always someone who helps.

Nl: En zo leefde Piet, blij en gelukkig, nog vele jaren in zijn geliefde Amsterdam.
En: And so Piet lived, happy and content, for many years in his beloved Amsterdam.

Vocabulary Words:
markt : market
verdwaald : lost
fiets : bike
meisje : girl
straten : streets
ijsje : ice cream
weg : way
helpen : help
winkelen : shopping
praten : talking
lopen : walking
mooie : beautiful
lekker : tasty
bloemen : flowers
mensen : people
brug : bridge
duif : pigeon
gracht : canal
lachen : laugh
shield : shield
zon : sun
huilen : cry
blij : happy
smal : narrow
doolhof : maze
probleem : problem
druk : busy
aangekomen : reach
cent : coin
pet : shield