Pieter’s Canal Quest: A Day of Friendship and Triumph

Fluent Fiction – Dutch
www.FluentFiction.org/Dutch
Story Transcript:
Nl: In de stad Amsterdam, met zijn vele grachten en fietsen, woonde een jongen die Pieter heette.
En: In the city of Amsterdam, with its many canals and bicycles, lived a boy named Pieter.

Nl: Hij was tien jaar, net zo oud als zijn beste vriend Jan en zijn nichtje Sophie.
En: He was ten years old, just as old as his best friend Jan and his cousin Sophie.

Nl: Zij waren elke dag samen en speelden de leukste spelletjes.
En: They were together every day and played the most fun games.

Nl: Maar er was één ding dat ze nooit samen deden: Fietsen.
En: But there was one thing they never did together: cycling.

Nl: Dat kwam omdat Pieter nog niet kon fietsen.
En: That was because Pieter couldn’t ride a bike yet.

Nl: Op een zonnige dag in augustus besloten Jan en Sophie dat het tijd was voor Pieter om te leren fietsen.
En: On a sunny day in August, Jan and Sophie decided that it was time for Pieter to learn how to ride a bike.

Nl: Ze pakten Pieter’s felblauwe fiets uit de schuur, en samen liepen ze naar de Dam, het grote plein in het hart van Amsterdam.
En: They took Pieter’s bright blue bike from the shed, and together they walked to the Dam, the large square in the heart of Amsterdam.

Nl: “Vandaag leer je fietsen, Pieter!
En: “Today you’re going to learn how to bike, Pieter!”

Nl: ” riep Jan, met een grote glimlach op zijn gezicht.
En: Jan exclaimed, with a big smile on his face.

Nl: Sophie was voorzichtig.
En: Sophie was cautious.

Nl: “Denk je dat we bij de gracht weg moeten blijven, Jan?
En: “Do you think we should stay away from the canal, Jan?”

Nl: ” vroeg ze.
En: she asked.

Nl: Jan lachte.
En: Jan laughed.

Nl: “Maak je geen zorgen, Sophie.
En: “Don’t worry, Sophie.

Nl: Ik houd hem wel in de gaten.
En: I’ll keep an eye on him.”

Nl: “Ze hielpen Pieter op zijn fiets.
En: They helped Pieter onto his bike.

Nl: De eerste paar pogingen gingen niet zo goed.
En: The first few attempts didn’t go so well.

Nl: Pieter viel steeds weer, maar hij gaf niet op.
En: Pieter kept falling, but he didn’t give up.

Nl: Na een tijdje kon hij een klein beetje balans houden.
En: After a while, he was able to maintain a bit of balance.

Nl: “Kijk, ik doe het!
En: “Look, I’m doing it!”

Nl: ” riep Pieter blij, “Ik kan fietsen!
En: Pieter happily exclaimed, “I can bike!”

Nl: ” Maar net op dat moment, zag hij een duif op het fietspad.
En: But just then, he saw a pigeon on the bike path.

Nl: Hij schrok en stuurde zo ver dat hij de controle verloor.
En: He startled and swerved so much that he lost control.

Nl: Met een grote plons, viel Pieter in de gracht.
En: With a big splash, Pieter fell into the canal.

Nl: Jan en Sophie schrokken enorm.
En: Jan and Sophie were alarmed.

Nl: Ze renden naar de kant van de gracht.
En: They ran to the edge of the canal.

Nl: Daar zagen ze Pieter, spartelend in het water.
En: There they saw Pieter, splashing in the water.

Nl: Gelukkig kon hij wel zwemmen.
En: Fortunately, he could swim.

Nl: Pieter klauterde op de kant, nat en verbaasd, maar lachte van oor tot oor.
En: Pieter climbed onto the bank, wet and surprised, but smiling from ear to ear.

Nl: “Ik heb het gedaan, ik heb gefietst!
En: “I did it, I biked!”

Nl: ” Riep hij.
En: he shouted.

Nl: Sophie en Jan lachten en juichten, “Ja, dat heb je zeker, Pieter!
En: Sophie and Jan laughed and cheered, “Yes, you certainly did, Pieter!”

Nl: “Die avond, zaten ze samen bij de warme kachel in Pieter’s huis.
En: That evening, they sat together by the warm stove in Pieter’s house.

Nl: Ze dronken warme chocolademelk en vertelden het verhaal aan Pieter’s moeder.
En: They drank hot chocolate and told the story to Pieter’s mother.

Nl: Ze lachten om het avontuur en waren blij dat iedereen veilig was.
En: They laughed about the adventure and were glad everyone was safe.

Nl: Hoewel Pieter in de gracht was gevallen, was hij blij.
En: Even though Pieter had fallen into the canal, he was happy.

Nl: Hij had gefietst, en dat voelde als een overwinning.
En: He had biked, and it felt like a victory.

Nl: Hij wist dat hij nog veel moest leren, maar hij wist ook dat hij het kon.
En: He knew he had a lot more to learn, but he also knew he could do it.

Nl: Met Sophie en Jan aan zijn zijde, was hij klaar voor het volgende avontuur.
En: With Sophie and Jan by his side, he was ready for the next adventure.

Nl: En zo eindigt ons verhaal over de dag dat Pieter leerde fietsen in Amsterdam.
En: And so ends our story about the day Pieter learned to bike in Amsterdam.

Nl: Het was een dag vol uitdaging, vriendschap en moed.
En: It was a day full of challenges, friendship, and courage.

Nl: Een dag die ze nooit zouden vergeten.
En: A day they would never forget.

Vocabulary Words:
In : In
de : the
stad : city
van : of
Amsterdam : Amsterdam
met : with
zijn : its
vele : many
grachten : canals
en : and
fietsen : bicycles
woonde : lived
een : a
jongen : boy
die : named
Pieter : Pieter
Hij : He
was : was
tien : ten
jaar : years
oud : old
net : just
zo : as
zijn : his
beste : best
vriend : friend
Jan : Jan
nichtje : cousin
Sophie : Sophie